Requiem

John Rutter

Kantate BWV 51 -
Jauchzet Gott in allen Landen

Johann Sebastian Bach

Gloria RV 589

Antonio Vivaldi

2 november 2003

top

Inleidingen

Voorwoord

Na een intensieve repetitieperiode staan we vanmiddag klaar om een prachtig programma voor u uit te voeren.
Het is geweldig om onder leiding van Frank Deiman een muziekstuk te verkennen. Te ontdekken hoe frases en akkoorden zijn opgebouwd, hoe tekst en muziek bij elkaar horen en hoe onze stemmen op elkaar inwerken. Op die manier groeit de muziek in de loop van de repetitieavonden. Noot voor noot leren we onze stukken kennen en gaan we ervan houden.
Van een groep mensen, die zingen, veranderen we geleidelijk in een koor, dat zich verbonden weet door de inzet en de wil om een geïnspireerde uitvoering te verzorgen.
Daarbij voelt het als een voorrecht, dat we dat samen met deze professionele musici en zangers mogen doen.

Ik hoop van harte, dat wij vanmiddag onze liefde voor het zingen van deze muziek aan u kunnen overbrengen en wens u een boeiende en plezierige middag.

Riet Prins
voorzitter

Concert op Allerzielen

Op de dag waarop men in de katholieke kerk de gestorvenen herdenkt, is het zingen van een Requiem heel natuurlijk. Het Requiem van John Rutter is geschreven in de tradititie van de Franse componist Gabriël Fauré: niet het drama van het einde van het leven, maar de overgang naar het licht staat centraal.
De positieve kracht die van dit stuk uitgaat vinden we ook in de twee andere werken van dit concert. In de cantate "Jauchzet Gott in allen Landen" van J.S. Bach zijn het de levenden die hun vertrouwen in God vieren. De cantate is, zoals ook het Gloria van Vivaldi, een lofzang op God. Licht en donker, blijheid en bedroefdheid bestaan niet zonder elkaar. Dit concert wil beide krachten op een muzikale manier verbinden.

Frank Deiman
dirigent

'Sterven is het uitdoven van een lamp,
niet de vernietiging van het licht.'

Rabindranath Tagore

top

Componisten

Johann Sebastian Bach

21-3-1685 Eisenach - 28-7-1750 Leipzig

Na de dood van zijn vader in 1695 verhuisde Bach naar Ohrdruf, waar hij muzikaal onderricht kreeg van zijn broer. In 1700 was er plaats voor hem in het internaat van de Sint-Michaelisschule in Lüneburg. In 1703 verbleef hij enkele maanden als violist en hulporganist aan het Hof van Weimar. In hetzelfde jaar werd hij uitgenodigd om organist van de Bonifatiuskerk in Arnstadt te worden. Later ontstond een conflict met de kerkenraad over een te lang verlof voor een reis naar Lübeck om het orgelspel van Buxtehude te leren kennen en over de lange tussenspelen in de dienst en zijn muzikale interpretaties.
In 1707 werd hij organist in Mülhausen. Hier schreef hij zijn eerste cantates en zette zich in voor de uitvoering van vocaal-instrumentale kerkmuziek.

Hij voelde zich daar niet op zijn plaats en ging weg in 1708 om kamermusicus en organist in Weimar te worden. Vanaf 1714 was hij ook concertmeester, met als opdracht o.a. het componeren en uitvoeren van cantates. Hij schreef er maar liefst 30 op niet bijbelse teksten. Ook componeerde hij hier orgelwerken. Teleurgesteld over het feit dat hij de 1e kapelmeester na diens overlijden niet kon opvolgen, besloot hij naar Köthen-Arnstadt te verhuizen, waar hij die functie wel kon bekleden. Echter in deze calvinistische stad was geen plaats voor kerkmuziek, hier schreef hij orkest- en kamermuziek (m.n. viool) en 40 wereldlijke cantates. In 1722 solliciteerde hij, uit onvrede met zijn muzikale omstandigheden, naar de functie van cantor aan de Thomaskirche in Leipzig. De 4e keus viel uiteidelijk in 1723 op hem, een van de mittlere Kräfte, omdat o.a. Telemann en Graupner uiteindelijk niet beschikbaar waren. Bach wilde heel graag naar Leipzig, omdat zijn zoons daar zouden kunnen studeren. Hij werd cantor en was daarmee verantwoordelijk voor de muziek in de liturgie en de muzikale opleiding van leerlingen van de Thomasschool. Ook werd hij director musices en had de leiding over de stadsmuzikanten en de zorg voor muziekuitvoeringen bij bijzondere gelegenheden.

Hij schreef voor elke zon- en feestdag een cantate, 5 jaargangen lang. Twee jaargangen zijn verdwenen, maar de overige zijn in tact: 1723/24, 1724/25, 1725/26. Tussendoor schreef hij ook nog de Johannes Passion (1724) en de Matthäus Passion (1729). De Matthäus Passion vormde de afsluiting van de eerste Leipziger-periode. Daarna schreef hij minder nieuw werk voor kerkelijk gebruik (Mis in b, Weihnachtsoratorium).
In 1729 kreeg hij ook de leiding over Collegium Musicum, een vereniging van beroepsmusici en studenten die wekelijks concerten verzorgde. Dat was voor hem een welkome afleiding. Hij maakte een aantal concertreizen en verzorgde de uitgaven van zijn eigen klavecimbel- en orgelwerken.

De laatste drie jaar van zijn leven leed hij aan een oogziekte, waardoor hij blind werd. Hij overleed in 1750 in Leipzig.

Antonio Vivaldi

(1678-1741)

De 1678 in Venetië geboren Italiaanse componist en vioolvirtuoos Antonio Vivaldi, in 1703 tot priester gewijd, was bijna zijn hele leven verbonden aan het conservatorium van een kostschool voor weesmeisjes, eerst als vioolleraar, later ook als componist. Hij reiste veel binnen en buiten Italië en kreeg tijdens zijn leven grote bekendheid als componist en vioolvirtuoos. Vivaldi schreef vooral instrumentale composities en zet daarmee de ontwikkeling van het concerto in de barok voort. Hij experimenteerde met de samenklank van diverse in zijn tijd gebruikelijke instrumenten, als solo of in combinaties. Ook was hij bekend op het terrein van de opera. Zijn vocale oeuvre omvat ca. 60 wereldlijke cantates, verder nog kerkmuziek en een oratorium. Opmerkelijk is Vivaldi's invloed op J.S. Bach die enkele concerti van hem bewerkte.
Het Gloria in D groot, RV 589 is één van de twee Gloria's die Vivaldi schreef. Hoogst waarschijnlijk voor de meisjesschool waar hij werkte, omdat er geen bas- en tenorsolo's in voorkomen. In het koor werden de lage partijen door de meisjes een octaaf hoger gezongen. Het Gloria is breed uitgemeten met zijn 12 delen die in toonsoort, instrumentatie, tempo, stijl en benodigde stemsoorten verschillen. Het tweede wat droeviger deel "Et in terra pax" zal door zijn vele modulaties een verrassing zijn voor diegenen die alleen Vivaldi's concerten kennen. "Gracias agimus tibi" en "Propter magnam gloriam" vormen een inleiding en fuga in strenge stijl. Voor het slotkoor "Cum Sancto Spiritu" bewerkte Vivaldi een vroeger Gloria voor dubbelkoor en orkest van een zekere Ruggieri, een uit Venetië stammende onbekende componist.

John Rutter

(1945)

John Rutter werd in 1945 in London geboren en kreeg zijn eerste muzikale vorming in het koor van Highgate School. Tijdens zijn muziekstudie aan het Clare College, Cambridge, schreef hij zijn eerste composities. Zijn oeuvre omvat grotere en kleinere koraalwerken, verschillende orkester- en instrumentaalstukken, een pianoconert, twee kinderopera's, televisiemuziek en bijzondere composities voor bepaalde ensembles, zoals de King's Singers. Daarnaast is Rutter dirigent van het door hem opgerichte professionele kamerkoor The Cambridge Singers. Tot zijn grotere koraalwerken horen het Requiem (1985) en het Magnificat (1990) die vaak in Groot Brittannië, de VS en een groeiend aantal andere landen uitgevoerd worden.
Over zijn Requiem zegt John Rutter zelf dat hij het schreef ter nagedachtenis aan zijn een jaar eerder overleden vader. Hij liet zich inspireren door Fauré's Requiem en componeerde een muziek die "eerder intiem dan gradioos, meer contemplatief en lyrisch dan dramatisch moest zijn en uiteindelijk naar het licht moest streven eerder dan naar de duisternis, naar het 'lux eterna' uit het laatste deel".

top

Uitvoerenden

Diet Gerritsen, sopraan

Diet Gerritsen studeerde aan het Twents Conservatorium te Enschede bij Anne Haenen en behaalde daar in 1989 het diploma Uitvoerend Musicus. Zij zong er hoofdrollen in opera's van Monteverdi, Cavalli en Menotti. Na haar studie volgde zij lessen bij Noëlle Barker, Terence Sharp en Ank Reinders.

Diet Gerritsen zingt in het koor van de Nationale Reisopera en treedt regelmatig op als solist in diverse oratoria en koorconcerten. Zij zingt kamermuziek in velerlei samenstellingen, vaak met moderen repertoire. Zij is zangpedagoge o.a. aan de muziekschool van Losser.

Ingrid van Ree, alt/mezzo

Ingrid van Ree is afgestudeerd bij Aafje Heynis en volgde daarna masterclasses in binnen- en buitenland. Zij is vast verbonden aan de Nationale Reisopera en zingt hiernaast kamermuziekrecitals samen met haar vaste begeleider Pieter van Randeraat. Zij had een een liederenprogramma met liederen van o.a. Duruflé en Franck. Samen met Harriët Markus (accordeon) deed zij een two-womenshow en een programma met tango's van Piazolla.

Ingrid van Ree werkte mee aan de Bachcantates bij Ensemble B.W.V. Zij soleerde in "Treblinka" van Stef Meyelink en was te beluisteren in diverse radioprogramma's.

Ensembl' Esprit Zwolle

Ensembl' Esprit is ontstaan op initiatief van Martin Buninga, artistiek leider en Christien Grotentraast, hoboïste. Vanaf vrijwel het eerste moment zijn daar ook Kees Hilhorst, concertmeester en Anne van Veen, manager, bij betrokken. Het franse woord 'Esprit' betekent geest, ziel, maar ook verstand en bedoeling. In dit ene woordje is gevat waar Ensembl' Esprit voor staat, namelijk: met hart en ziel musiceren, daarbij ondersteund door een organisatie, waarbij het verstand een bepalende factor is.
Ensembl' Esprit is een symfonieorkest dat zich toelegt op koorbegeleidingen. Daarnaast geeft het orkest ook concerten met symfonische werken.

Ensembl' Esprit is een jong orkest. In juni 1999 heeft het orkest zich voor het eerst gepresenteerd middels twee succesvolle presentatieconcerten. Daaruit zijn een aantal koorbegeleidingen voortgekomen, onder andere de Matthäus Passion van J.S. Bach met het Deventer Toonkunstkoor "Euterpe" en de Krönungsmesse van Mozart. Naast dit barokke en klassieke repertoire speelt Ensembl' Esprit ook graag opera, hetgeen onlangs heeft geresulteerd in een serie concerten met het Gelders Opera- en Operette Gezelschap.

Frank Deiman, dirigent

Dirigent Frank Deiman studeerde piano, koor- en orkestdirectie aan het Conservatorium in Enschede, waar hij nu werkt als docent piano en ensembleleiding.
Hij is dirigent van diverse koren en momenteel leidt hij naast Toonkunstkoor Euterpe het kamerorkest Friends of Art. Naast het dirigeren van koren en orkesten speelt hij als pianist regelmatig bij cabaretvoorstellingen.
Deiman schrijft muziek voor theater, zoals o.a. voor "Het Twents Paradijs" (over de ondergang van de Twentse textiel) en "Peer Gynt", een productie van de Engelenbak in Amsterdam, en de volksmusical "De Pathmosprinses". Op tekst van Willem Wilmink en muziek van Frank Deiman voerde 'Toonarbeiderbond Twente', een klein professioneel gezelschap, deze voorstelling uit. In het Saxion Operafestival 2000 en 2001 leidde Deiman de nederlandstalige familievoorstelling "http://www.b@rbier.nl", waarin hij de muziek van Rossini bewerkte voor solisten, kinderkoor en een klein ensemble. Dit jaar wordt de familie-opera "Meralda" opgevoerd, eveneens op de tekst van Willem Wilmink en de muziek van Frank Deiman. In het Vestzaktheater in Enschede werkt Deiman als muzikaal leider, onlangs van de musical "Anatevka" en nu van de productie "Metropolis". In oktober 2001 ontving Deiman de Rinus Luttikhuis Prijs, waarmee hij in Enschede werd onderscheiden voor zijn inzet om met kinderen en amateurs muziek te maken.

top

Locatie en aanvangstijd

H. Johannes Vianneykerk
Rielerweg 73
zondag 2 november 2003
Aanvang 15.00 uur

Zie verder: Bekijk het affiche

top

Achtergrondinformatie

Allerzielen

Allerzielen (Feest van alle Zielen) is de dag waarop men in de Rooms-Katholieke kerk alle gelovige zielen van gestorvenen herdenkt. Het feest wordt sinds de twaalfde eeuw op 2 november gevierd op de dag na Allerheiligen.
Op Allerheiligen en Allerzielen wordt in de Rooms-Katholieke kerk gewezen op de thema's sterfelijkheid, dood en laatste oordeel. De voorbereidingen voor beide feesten vinden vaak plaats op Allerheiligenavond, die van Allerzielen ook wel op Allerheiligendag. Allerheiligenavond wordt in het Engels Halloween of All Hallows eve(ning) genoemd. In Engeland heeft Halloween zich als wereldlijk feest, los van Allerheiligen en Allerzielen, sinds de zestiende eeuw verder ontwikkeld en van daaruit verder verspreid. Met de kerkelijke feesten heeft het huidige Halloween niets meer te maken.
In de Protestantse kerk worden Allerheiligen en Allerzielen niet gevierd, Allerzielen niet omdat ze de leer van het vagevuur ontkent, Allerheiligen niet omdat ze heiligenverering afwijst. Wel kent de Protestantse kerk een liturgische herdenking op de laatste zondag van het kerkelijk jaar voor allen die gedurende het jaar gestorven zijn. Daarbij is echter geen sprake van bemiddeling tussen levenden en doden.

Geschiedenis

Een gedenkdag op 2 november voor alle gestorven kloosterbroeders werd in de tiende eeuw door abt Odilo van Cluny ingesteld. In de twaalfde eeuw werd deze dag door paus Johannes XIX algemeen ingevoerd als feestdag voor alle gelovige zielen.

Rooms-Katholiek feest

De Rooms-Katholieke kerk leert dat de zielen van de overleden gelovigen in meer of mindere mate zondig zijn. Ze bevinden zich in het vagevuur en wachten op hun loutering om voor God te kunnen verschijnen en in de hemel te worden opgenomen. Bemiddeling en voorbeden van de levende gelovigen kunnen helpen de schulden van de doden te verlichten en hun tijd in het vagevuur te verkorten. Met hun gebed kunnen de levenden aflaten verkrijgen voor hun eigen zonden.
De gebruiken die zich rond deze geloofsleer hebben ontwikkeld, zijn talrijk. Naast het bijwonen van missen, deelname aan processies, bidden en het branden van kaarsen behoren kerkhofbezoek en versiering van graven met (witte) bloemen tot de plechtigheden. Het eten van zielebroodjes door de nabestaanden en het uitdelen daarvan aan armen is lange tijd een onderdeel van het Allerzielenfeest geweest. Elk (al of niet onder gebed) gegeten broodje betekende de verlossing van een zieltje. Deze brooduitdeling was een belangrijke vorm van kerkelijke armenzorg.
De gebruiken rond Allerzielen hebben ook aanleiding gegeven tot verteltradities. Verhalen over de tijdelijke terugkeer van doden, lichtjes die daarbij de weg moesten wijzen, klokluiden en gekruiste bosjes stro op graven als afweer tegen het kwade, zijn daar voorbeelden van. Samen met de gebruiken thuis en op kerkhoven geven ze inzicht in de individuele geloofsvoorstellingen die vaak nog tot in de twintigste eeuw leefden.


Open deze pagina zonder frames - Open deze pagina zonder opmaak



Deze website wordt gehost door 123XS Webhosting Services.


Geldige XHTML 1.0!Geldige CSS!


Gemaakt door Sander Consten - www.SanderSitez.tk
Voor contactgegevens zie Contact

© 2002-2004 - Deventer Toonkunstkoor "Euterpe"